Als het je niet lukt in te loggen op een Telenet Hotspot, kun je vier instellingen van je computer controleren:
- je netwerknaam of SSID,
- de proxysettings,
- de activering van het Dynamic Host Configuration Protocol
en het iP-adres
SSID
Je hebt verbinding met een draadloos netwerk wanneer er rechts onderaan je scherm een icoontje verschijnt van een computerscherm met groene golfjes. Als je met je muis over dit icoontje glijdt, krijg je informatie te zien over het draadloze netwerk. Naast de signaalsterkte en de snelheid vind je hier ook de naam van het netwerk. Op een Telenet Hotspot is die naam TELENETHOTSPOT. Om de instellingen van deze netwerknaam te controleren, ga je in Windows XP via 'Start' naar het 'Configuratiescherm'. Klik hier op 'Netwerk- en Internetverbindingen' en daarna op 'Netwerkverbindingen'. In het overzicht van je netwerkverbindingen rechterklik je op de LAN- of snelle Internet-verbinding. In het uitklapmenu dat je te zien krijgt, controleer je of je draadloze netwerkkaart is ingeschakeld. Is dat nog niet het geval, dan kun je daar bovenaan de lijst voor kiezen.
Als je kaart wel al is ingeschakeld, rechterklik je op het netwerkicoontje onderaan rechts en kies je voor 'Beschikbare draadloze netwerken weergeven'. Als je binnen het bereik bent van een hotspot, verschijnt het netwerk TELENETHOTSPOT automatisch. Onderaan het venster kun je er voor kiezen om verbinding met dit netwerk te maken. Als dat is gelukt, krijg je dat in het venster te zien. Als het je niét lukt verbinding te maken, kies je links in het scherm voor 'geavanceerde instellingen wijzigen'. Kies hier voor het tabblad 'Draadloze netwerken'. Als TELENETHOTSPOT niét in het lijstje draadloze netwerken staat, klik je nu op 'Toevoegen'. Onder 'Koppeling' tik je TELENETHOTSPOT in, in één woord, met blokletters. Daarna zijn nog drie zaken belangrijk. In het uitklapmenu naast 'Netwerkverificatie' zorg je dat 'Open' is geselecteerd. Kies er vervolgens bij 'Gegevenscodering' voor om deze uit te schakelen. Tenslotte zorg je er voor dat 'Dit is een computer naar computer netwerk' niét staat aangevinkt. Als TELENETHOTSPOT wél in het lijstje op het tabblad 'Draadloze netwerken' staat, dan selecteer je dit netwerk en klik je op eigenschappen. Nu kun je de zelfde drie zaken controleren: zorg dat 'Open' is geselecteerd naast 'Netwerkverificatie', schakel de 'Gegevenscodering' uit en verwijder het vinkje helemaal onderaan het tabblad. Druk dan 'ok'. 'TELENETHOTSPOT' komt nu in een lijst met 'voorkeursnetwerken' te staan. Plaats 'TELENETHOTSPOT' nu bovenaan die lijst, want je computer maakt automatisch een verbinding met het netwerk dat bovenaan staat. Selecteer daarom TELENETHOTSPOT en klik 'omhoog'. Bevestig dan met 'ok'. Je computer maakt nu vanzelf een verbinding met de Telenet Hotspot.
PROXY SETTINGS UITSCHAKELEN
Naast je netwerknaam kun je ook de instellingen van de proxyserver nagaan. Open daarvoor Internet Explorer, ga in de menubalk naar 'Extra' en kies 'Internet Opties'. je via 'Start' opnieuw naar het 'Configuratiescherm'. Hier kies je 'Netwerk- en internetverbindingen' en daarna 'Internetopties'. Op het scherm 'Eigenschappen voor internet' kies je het tabblad 'Verbindingen'. Klik onderaan op 'LAN instellingen'. In de volgende dialoogbox zorg je ervoor dat geen enkel vakje onder 'Automatische configuratie' of 'Proxyserver' staat aangevinkt. Onder Netscape kies je in je browservenster voor 'Tools' en 'Options'. Onderaan het tabblad 'General' klik je op 'Connection Settings'. En in de dialoogbox die verschijnt, vink je 'Direct connection to the internet' aan. Klik op 'Ok' en je proxy instellingen zijn in orde. Informatie over de proxy instellingen bij andere browsers dan Internet Explorer vind je via deze link.
DHCP INSCHAKELEN
Om op een Telenet Hotspot in te loggen, moet ook het Dynamic Host Configuration Protocol of DHCP op je computer zijn ingeschakeld. Om daarvoor te zorgen, ga je via 'Start' naar het 'Configuratiescherm'. Selecteer daar 'netwerk- en internetverbindingen', en kies opnieuw voor 'netwerkverbindingen'. Rechterklik dan op je draadloze netwerkverbinding – dat is de verbinding zonder het rode kruisje. Kies in het uitklapmenu voor 'eigenschappen'. Selecteer hier 'internet protocol' en klik opnieuw op 'eigenschappen'. In het volgende tabblad kies je ervoor automatisch een IP adres en een DNS-server adres te verkrijgen. Klik 'ok' en DHCP is ingeschakeld.
IP ADRES CONTROLEREN
Na het controleren van de netwerknaam, het uitschakelen van proxyserver en het inschakelen van DHCP; kun je tenslotte het IP-adres van jouw computer nagaan. Klik op 'Start' en daarna op 'Uitvoeren'. Tik dan de letters 'cmd', de afkorting van "Command", in het dialoogvenster en klik dan op OK. Tik in het nieuwe venster 'ipconfig'. Nu krijg je verschillende configuratiegegevens van je draadloze netwerkkaart of Ethernet-adapter te zien. Momenteel heeft het IP-adres meestal de volgende vorm: 10 punt 1; twee of drie, gevolgd door een punt; en daarna twee cijfers met daartussen weer een punt. In de toekomst kan die vorm nog wijzigen. Krijg je geen IP-adres met de huidige vorm of cijfers, dan tik je het volgende in: 'ipconfig /release'. Wacht enkele seconden en tik dan: 'ipconfig /renew'. Na enkele seconden bestaat je IP-adres dan uit de juiste vorm en cijfers. Typ tenslotte 'exit' om het venster weer te sluiten. De vorm en de cijfers van het IP-adres kunnen in de toekomst nog wijzigen. Heb je de netwerknaam en het IP-adres gecontroleerd, de proxyserver uitgeschakeld en DHCP ingeschakeld maar kun je nog altijd geen verbinding maken met de Telenet Hotspot? Dan bel je het beste de Telenet Hotspot helplijn op 32 (0)70 25 00 30.